Repurposing, dé oplossing voor betere toegang tot geneesmiddelen?

In het altijd rumoerige Nederlandse geneesmiddelenwereldje is er al geruime tijd een nieuwe trend waarneembaar, repurposing: Oude geneesmiddelen ontwikkelen voor nieuwe indicaties en daarmee goedkope pillen op de markt brengen. Voor velen hét antwoord op de betaalbaarheidsproblemen van nieuwe geneesmiddelen. Immers, die oude medicijnen hebben hun waarde laten zien, ze zijn patentloos, we weten veel over hun veiligheid en daarmee is de kans op succesvolle registratie groter. De indicaties zoals die in de bijsluiter staan van de oorspronkelijke fabrikant zijn veel te beperkt, want vaak zijn er al dan niet bij toeval mogelijk nieuwe toepassingen ontdekt. Een ogenschijnlijk eenvoudige benadering die helaas nogal wat problemen kent.

Zo zijn de kosten om zo’n nieuwe indicatie in de bijsluiter te krijgen fors. In principe zal de juiste dosering gevonden moeten worden en de effectiviteit in fase III studies worden vastgesteld. Het feit dat het reeds bekende middelen zijn betekent niet dat de kans op effectiviteit in een nette randomized clinical trial (RCT) groter is. Suggesties uit observationale studies of bewijs uit secundaire eindpunten zullen bevestigd moeten worden in adequaat gepowerde, gecontroleerde en dus zeer dure studies. Wie gaat dat betalen? Niet de generieke fabrikanten want die verdienen al nauwelijks aan hun geneesmiddelen. Academische instellingen dan? Die zijn mogelijk nog armlastiger. Bovendien zal er een registratiefile moeten worden gemaakt en ingediend bij de FDA en/of EMA. Maar universiteiten zijn geen (ideale) marketing authorization holders, met alle wettelijke verplichtingen die daarbij horen.

Om toch geldschieters aan te trekken en een redelijke return on investment te verkrijgen worden pogingen gedaan om toch een zekere intellectual property (IP) te bemachtigen. Zoals een andere farmaceutische formulering of toedieningsvorm, aanpassingen van doseringen enz. Als innovatieve farmaceuten dergelijke trucjes toepassen vóór het verlopen van de exclusiviteitsperiode wordt dat verontwaardigd afgedaan als evergreening maar in de generieke repurposing wereld zijn dit soort gedachten gemeengoed. Vaak geven overheden extra exclusiviteit met de daarbij behorende hogere prijzen als er echt een nieuwe indicatie wordt geregistreerd, vooral bij weesgeneesmiddelen, dus dat biedt enige hoop. Sommige fabrikanten maken daar gruwelijk misbruik van zoals bij het middel CDCA. Farmaceut Leadiant verhoogde de prijs van 46 naar 14.000 euro per verpakking en iedereen sprak er terecht schande van.

Maar zelfs met een IP-positie zal het relatief eenvoudig zijn gewoon het oude generieke middel te gebruiken en eventuele hogere kosten te omzeilen. Dat zagen we bv. met colchicine. Nadat er behoorlijk veel inspanning werd verricht om in dedicated studies het positieve effect van deze oude ontstekingsremmer op het voorkómen van hart- en vaatziekten succesvol aan te tonen, kan het oorspronkelijke middel in de meeste landen gewoon gebruikt worden voor dit doeleinde.

Maar dan betreft het dus offlabel gebruik van een geneesmiddel voor een indicatie die niet in de bijsluiter staat, is dat juridisch wel verstandig? Dat is een argument dat je vaak hoort en meestal ook de aanleiding is om überhaupt nieuwe studies op te zetten. Toch valt dat reuze mee. Als er goed wetenschappelijk bewijs is voor werkzaamheid en veiligheid en zeker als dat bewijs opgenomen is in behandelrichtlijnen van beroepsorganisaties zal er geen rechter zijn die een voorschrijvend arts veroordeelt wegens offlabel gebruik. Daar is inmiddels veel jurisprudentie over. Ook de vergoeding is dan meestal geen probleem omdat het Zorginstituut zich baseert op dergelijke professionele richtlijnen in de beoordeling of een middel voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk. Bovendien betreft het goedkope middelen en is de budgetimpact gering.

In plaats van verliesgevende exercities om met drug repurposing en een zwakke IP-positie indicaties officieel in de bijsluiter te krijgen lijkt het mij veel goedkoper, effectiever en sneller om wetenschappelijk bewijs te verkrijgen voor werkzaamheid in nette academische studies met bijbehorende publicaties. Als dat goed aangetoond is dan volgt opname in richtlijnen en kan het middel ongestraft gebruikt en vergoed worden. Dit is bv. gelukt met het diabetesmiddel empagliflozine in de behandeling van sommige zeldzame glycogeenstapelingsziekten. Dat bespaart een hoop gedoe met het vinden van commerciële partijen, wankele exclusiviteit en een complex registratieproces.

(266 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Maakt “evergreening” de zorg duurder?

Een term die regelmatig terugkomt in beleidsstukken van het Zorginstituut is evergreening. Zo schreef het Instituut onlangs dat door evergreening we te veel betalen aan bestaande geneesmiddelen. In het adviesrapport “Maatschappelijk Aanvaardbare Uitgaven Geneesmiddelen” (MAUG), gezamenlijk uitgebracht door de Autoriteit Consument & Markt (ACM), de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Zorginstituut wordt evergreening omschreven als “een strategie van fabrikanten om via strategisch getimede aanvullende patenten concurrentie te belemmeren”. Het rapport noemt als voorbeelden een andere toedieningsvorm (zoals een tablet in plaats van een injectie), een combinatie met een ander middel of kleine molecuulwijzigingen. Het rapport stelt dat deze aanpassingen vaak geen extra gezondheidswinst opleveren.

Dit is toch wel een zeer tendentieuze interpretatie van de gang van zaken. Als we insuline in plaats van een injectie met een tablet zouden kunnen geven is dat volgens deze overheidsinstanties dus blijkbaar bedoeld om concurrentie te belemmeren. Een in het ziekenhuis toegediend infuus dat kan worden vervangen door een subcutane injectie thuis is blijkbaar geen gezondheidswinst. Complexe inname van vele pillen makkelijker maken met combinatiepreparaten hoeft niet zo nodig. En een kleine molecuulwijziging van de actieve stof vereist een totaal nieuwe preklinische en klinische ontwikkeling dus dat is een tamelijk absurd voorbeeld.

Ik ben geen octrooideskundige maar snap het werkelijk niet. Als het patent verloopt van een medicijn dat alleen per infuus wordt toegediend staat het iedereen vrij een goedkope generieke versie van die intraveneuze stof op de markt te brengen. Waar de rapportschrijvers een probleem mee hebben is dat deze aanvullende patenten de medicijnen duur houden. Maar als die nauwelijks extra gezondheidswinst opleveren dan schrijft een dokter dat middel toch gewoon niet voor en prefereert deze het inmiddels goedkopere, want generieke intraveneuze middel? En bij een combinatiepreparaat begrijp ik het probleem al helemaal niet. Blijf dan de aparte medicijnen gewoon gebruiken, niemand verplicht je een duurdere versie in één pil voor te schrijven.

Dat vereist natuurlijk dat er inderdaad generieke competitie komt na het einde van de exclusiviteitsperiode. Bij complexe weesgeneesmiddelen bijvoorbeeld is het blijkbaar financieel niet aantrekkelijk voor fabrikanten om te investeren in productiecapaciteit en voor biosimilars vereiste fase III klinische studies in een heel kleine markt, want hier vindt weinig generieke competitie plaats. Aanpassing van de regelgeving lijkt me hier noodzakelijk en is ook mogelijk.

Wat hier ook nog speelt zijn onderhandelingen tussen ziekenhuizen en fabrikanten die hun eigen prijs afspreken voor het subcutane middel in bovenstaand voorbeeld. Financiële voordelen vloeien dan af naar het ziekenhuis en generieke fabrikanten krijgen geen contract omdat het ziekenhuis er geen voordeel van heeft.

Elke fabrikant doet aan productverbetering, dus ook de farmaceutische industrie. Die willen in eerste instantie zo snel mogelijk een nieuw middel naar de markt brengen. Het minst uitgebreide ontwikkelingstraject verdient dan de voorkeur door bijvoorbeeld eerst een intraveneuze formulering te registreren. Bij gebleken marktsucces is dan een investering in andere toedieningsvormen zinvol. Dergelijke aanpassingen zijn wellicht niet revolutionair, maar wel degelijk innovatief en vereisen allemaal een separaat registratieproces, vaak inclusief nieuwe kostbare, langdurige klinische studies.

Door productverbetering evergreening te noemen en te framen als concurrentiebelemmerend doet het Zorginstituut volstrekt geen recht aan de complexiteit van die kwaliteitsslag. Dat we er in Nederland te veel voor zouden betalen komt niet per se door de bedrijven maar eerder door onze vergoedingssystematiek, waarbij de eigen belangen van alle stakeholders zoals verzekeraars, ziekenhuizen, apothekers, overheid en ja, ook de bedrijven, prevaleren. Vaak weten we trouwens niet eens wat we ervoor betalen want er spelen soms ook nog geheime overeenkomsten tussen bedrijf en overheid. Ondertussen mogen we patiënten dergelijke verbeteringen niet onthouden, want vaak leveren ze wel degelijk relevante gezondheidswinst op.

(427 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | 1 Comment

Nieuwe “hormoonloze” anticonceptie?

Traditionele anticonceptiepillen met daarin synthetische oestrogenen en progestagenen zijn impopulair aan het worden. Hoewel er al tientallen jaren ervaring mee is en de werking en veiligheid goed bekend en uitstekend zijn, is de huidige generatie gebruiksters huiverig voor deze hormonen. Misinformatie op sociale media voedt het wantrouwen en vele vrouwen geven aan bijwerkingen te ervaren. Zonder iets af te doen aan deze ervaringen is er desalniettemin weinig objectief bewijs dat de hormonen hier echt verantwoordelijk voor zijn.

Toch klinkt de roep veelvuldig dat er betere anticonceptiemiddelen voor vrouwen op de markt moeten komen. Dat is niet eenvoudig. Er bestaan vele pillen, pleisters, injecties, vaginale ringen, implantaten, (hormoon)spiraaltjes enz. in diverse samenstellingen en doseringen. Het is vrijwel onmogelijk om een anticonceptiepil te ontwikkelen die significant minder bijwerkingen geeft dan de bestaande, uiterst veilige methoden. Dergelijke studies zouden daarop moeten worden gepowered, terwijl het oorzakelijk verband met de te bestrijden bijwerking en de oorspronkelijke pil meestal niet echt vaststaat. Alleen een post-marketing surveillance studie kan aannemelijk maken dat een nieuwe pil bv. minder vaak veneuze tromboses laat zien om de benodigde aantallen te verkrijgen. Bovendien is zo’n nieuwe pil aanvankelijk relatief duur om investeerders aan te trekken, veel duurder dan de overwegend generieke bestaande pillen. Vrij kansloos dus als je het mij vraagt.

Vandaar dat mijn interesse gewekt werd door een aantal berichten in de media (zoals in NRC en Leidsch Dagblad) waarin Women on Waves en het LUMC een nieuwe hormoonloze pil beloven. Het geheim: een wekelijke dosering van 50 mg mifepriston. Eenmalig mifepriston in hoge dosering staat ook bekend als de abortuspil en een chronische inname van een relatief lage dosering zou innesteling van een bevruchte eicel moeten voorkomen. De observationele studie vindt plaats in 14 klinieken in Nederland en wordt met crowdfunding gefinancierd. Onderzoekster Kleiverda neemt in de NRC ook vast een voorschot op een mogelijk ander voordeel, nl. minder kans op borstkanker. Een alleszins sympathiek initiatief zou je denken. Maar toch.

Mifepriston is (vooral) een antiprogestageen. Om dat hormoonloos te noemen is zonder meer misleidend. Ter vergelijking, tamoxifen is een (vooral) anti-estrogeen middel tegen borstkanker en noemen we een hormoonbehandeling. Ik werkte geruime tijd bij Organon en daar hebben we veelvuldig diverse antiprogestagenen getest als contraceptivum. Daar zijn we mee gestopt o.a. vanwege bijwerkingen op het endometrium (merkwaardige histologische veranderingen) en potentiële teratogeniciteit (een absolute showstopper bij dit soort indicaties). Dat wordt nog heel wat om later te gaan claimen dat deze middelen veiliger zijn dan de hormonen in de pil. Ook de zeer negatieve connotatie van mifepriston als abortuspil gaat, hoe onterecht op zichzelf ook, niet helpen een levensvatbaar product op de markt te krijgen, zeker niet in de Verenigde Staten.

Er wordt enigszins triomfantelijk gemeld dat de farmaceutische industrie niet betrokken is bij deze studie. Maar is er nagedacht hoe zo’n pil gecommercialiseerd moet worden, over de verpakking, productie, distributie, bijwerkingenrapportage, investeringen in post-marketing surveillance, aansprakelijkheid enz.? Dit initiatief gaat dus misschien een mooie publicatie opleveren maar zeker geen product als er niet een geïnteresseerd bedrijf bij betrokken is. Misleidende publiciteit als het verkopen van de methode als hormoonloos en mogelijk preventief tegen borstkanker gaat niet helpen en is eigenlijk een vorm van niet toegestane pre-marketing. Een farmaceut had in zo’n geval al een klacht gekregen. Mijn advies: Stop er mee en investeer het geld in goede voorlichting over de bestaande, uitstekende anticonceptiemiddelen. Daar zijn er heel veel van.

(646 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Kom niet aan de patenten!

Het coronanieuws van vorige week werd gedomineerd door het voornemen van president Biden de patentrechten voor de coronavaccins op te schorten. Farma-critici haalden hem in als dé held die eindelijk Big Pharma dwars durft te zitten. De aandeelkoersen van de vaccinproducenten daalden fors en hun belangenorganisaties protesteerden heftig in persberichten en in de media. Sympathie voor Biden alom, maar zoals het vaccinhoofd van Takeda al opmerkte: vrijwel iedereen die het verwijderen van de patentbescherming omarmde, heeft nul ervaring met de ontwikkeling en productie van vaccins. De Financial Times schreef bovendien een onthullend verslag waaruit bleek dat Biden’s motieven waarschijnlijk puur politiek waren. Een kleine bloemlezing van de argumenten waarom het voorstel onzinnig is en de huidige problemen niet oplost.

Vrijwel alle vaccinproducenten zijn het erover eens dat het probleem ligt in de productiecapaciteit en de schaarste aan onderdelen. Er is geen fabriek in de wereld die heeft aangegeven niet te kunnen produceren vanwege de patenten. De CEO van Moderna had al eerder gezegd eventuele schendingen van de exclusiviteit niet aan te kaarten, maar geen enkel bedrijf sprong er bovenop. In plaats van nieuwe capaciteit op te bouwen, is het veel verstandiger bestaande capaciteit uit te breiden in een beperkt aantal landen. Dat zal de kwaliteit en snelheid van productie ten goede komen. Nog meer concurrentie op grondstoffen en alle andere bestanddelen in de supply chain gaat niet helpen. In het geval van Pfizer gaat het om 280 componenten! De kans dat nieuwe fabrieken deze complexe technologie zo maar eventjes kunnen implementeren is nul. Er zijn nu al onvoldoende technici en de overdracht van kennis zal dan ook nauwelijks plaatsvinden. Bovendien zal de capaciteit van de huidige producenten snel toenemen en kan de hele wereldbevolking bediend worden in een jaar tijd. Het vrijgeven van patenten gaat dit niet versnellen.

Gelukkig blijkt men in Europa wijzer dan in de VS. Merkel, Macron en ook Rutte hebben al aangegeven weinig voor het idee te voelen. De politieke verontwaardiging in de VS is ook wat hypocriet als je bedenkt dat Amerika vooral eerst aan haar eigen bevolking dacht, maar nu bij de rest van de wereld blijkbaar de patent waiver als oplossing ziet. Het opheffen van exportbeperkingen is misschien een beter idee nu in de VS een surplus aan vaccins dreigt te ontstaan.

Zodra je aan patentbescherming begint te rommelen, gaan de bedrijven voluit in de tegenaanval. Logisch, want het is het basisprincipe van geneesmiddelontwikkeling: Een tijdelijk monopolie om risicovolle mega-investeringen terug te verdienen, aandeelhouders te belonen, kosten van mislukkingen (>90%) te compenseren en nieuw onderzoek te financieren. Is daar dan geen hervorming nodig? Wordt er geen misbruik van patenten gemaakt? Jazeker! We zouden als samenleving nog eens goed moeten kijken naar de duur van de extra exclusiviteit die bij weesgeneesmiddelen gegeven wordt bovenop de patentperiode. Ook moeten we kritisch kijken naar prijzen die niet dalen omdat er geen generieke competitie optreedt. Dat gebeurt vaak bij biologische weesgeneesmiddelen en later ongetwijfeld ook bij de gentherapieën. Tijdelijke monopolies mogen ook geen aanleiding zijn om prijzen onverantwoord hoog op te drijven. De farmaceutische industrie heeft de plicht haar middelen toegankelijk te maken op maatschappelijk verantwoorde wijze. Hier valt nog veel werk te verrichten. Maar dat kan je in alle redelijkheid niet van de vaccinprijzen zeggen die het opschorten van patentbescherming zou rechtvaardigen.

Ga niet rommelen aan het principe. Elk beginnend biotechbedrijf zal bevestigen dat investeerders geen geld stoppen in een nieuw te ontwikkelen product als er geen patentbescherming bestaat. Innovatie zal dan dus opdrogen en dat is in niemands belang.

(206 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Hoe hard moet het bewijs zijn in een pandemie?

In onze samenleving zijn we geobsedeerd door veiligheid. Op gebied van geneesmiddelen is dat duidelijk zichtbaar. We hebben een enorme regelgeving opgezet die een effectieve en veilige geneesmiddelenontwikkeling definieert. Zo’n ontwikkeling kost daarom een fortuin, maar dat hebben we ervoor over want ten koste van alles moet voorkomen worden dat de gevaren van een medicijn groter zijn dan de voordelen. Toezichthouders waken hierover en zorgen dat fabrikanten degelijk bewijs aanleveren uit minstens twee goed gecontroleerde grootschalige fase III studies. Ook de productie dient vlekkeloos te zijn. Het goedkeuringsproces is zeer zorgvuldig en duurt minstens een jaar. Dat alles in het kader van het publieke belang.

 Maar bij de wetenschappelijke beoordeling van de coronavaccins door de academische wereld en de toezichthouders lijkt die zorgvuldigheid verloren. Zo wordt het door de EMA beoordeelde robuuste bewijs over het Pfizervaccin gemakkelijk terzijde geschoven in het kader van public health overwegingen: de tweede prik uitstellen zodat meer mensen de eerste prik kunnen krijgen. Begrijpelijk, maar daarmee de regelgever die toch waakt over de veiligheid van dat vaccin behoorlijk in het hemd zettend. Wie zegt dat dat uitstel per saldo niet onveiliger of minder effectief blijkt te zijn voor de samenleving? Het is simpelweg niet onderzocht.

 Menig wetenschapper en arts diskwalificeerde het initiële bewijs dat door de farmaceuten in persberichten naar buiten werd gebracht: eerst maar eens peer reviewen en publiceren als ultieme uiting van wetenschappelijk bewijs. Sommigen prevaleren zo’n publicatie boven het regulatoire proces, alsof een paar peer reviewers die in hun vrije tijd een artikel scannen ook maar enigszins kunnen concurreren met een leger aan professionele beoordelaars bij FDA, EMA en CBG. In het extreme geval willen sommige auteurs zelfs eerst de ruwe data zien anders geloven ze het niet, zoals Peter Doshi meent in een overigens fors bekritiseerde column in The BMJ. De FDA bekijkt de ruwe data overigens altijd voor markttoelating.

 Ook in het goedkeuringsproces van de vaccins zit iets merkwaardigs. Is het werkelijk nodig dat zowel FDA als EMA en alle andere registratie-autoriteiten het bewijs apart gaan evalueren? Waarom accepteren die landen elkaars oordeel niet? Hongarije heeft gezegd dat ze een nieuw vaccin niet opnieuw gaan beoordelen als de FDA of een ander Europees land dat al heeft gedaan. In het beoordelen van dezelfde data zit duidelijk een nationalistische component. Zwitserland vindt het Astra-Zeneca vaccin niet goed genoeg en wijst een marktautorisatie vooralsnog af. Het Verenigd Koninkrijk keurde triomfantelijk het Pfizer en Astra-Zeneca vaccin al goed voor de EMA. Sommige landen willen het Astra-Zenecavaccin niet toelaten voor 65-plussers, anderen weer wel. De Russische overheid keurde haar eigen Sputnik-vaccin al goed voordat er überhaupt fase III data waren en honderdduizenden zijn al gevaccineerd met dat vaccin, zonder evidente problemen. Marcel Levi gaf eerder ook al aan dat wat hem betreft gevaccineerd kan worden zodra een immuunrespons aangetoond is. Inmiddels is de fase III studie van dat Russische vaccin gepubliceerd in The Lancet, maar de fabrikant heeft nog geen aanvraag ingediend bij de EMA. Ernst Kuipers van het OMT zei bij Op1 dat hij pas gelooft in dat vaccin als de EMA het goedkeurt, so much voor het peer review proces van The Lancet. Maar uitstel van de tweede Pfizerprik behoeft voor Kuipers blijkbaar geen beoordeling of publicatie, dat gaan we gewoon doen, tegen het advies van EMA en fabrikant in.

 De onvermijdelijke conclusie is dat wetenschappelijk bewijs, peer review, publicatie en een robuuste benefit-risk afweging van de toezichthouder er eigenlijk helemaal niet meer toe doen. Politieke, economische en andere opportunistische overwegingen prevaleren. Misschien kan dat niet anders in een pandemie, maar ik vind het uiterst onbevredigend.

(191 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Geen coronavaccin zonder overheid en bedrijf

In de race naar een coronavaccin vervagen stereotype beelden van overheden en registratieautoriteiten als hoeders van de publieke zorg en farmaceutische bedrijven als commerciële geldwolven. Regelgevers zoals de Food and Drug Administration (FDA) en de European Medicines Agency (EMA) worden geacht een robuust wetenschappelijk oordeel te vellen over de veiligheid, kwaliteit en veiligheid van de vaccins. Overheden hebben de taak deze goedgekeurde vaccins breed toegankelijk te maken en bedrijven dienen conform de richtlijnen de studies op te zetten, uit te voeren, ter registratie aan te bieden en na goedkeuring de toegang tot de vaccins te garanderen door adequate productie en distributie voor een redelijke prijs. Dat is het ideaalbeeld maar in de praktijk wantrouwt men met name de bedrijven die immers vooral uit zouden zijn op winstmaximalisatie en geheimzinnig doen over hun studies en intellectueel eigendom. Regelmatig klinkt een pleidooi voor grotere overheidsbemoeienis, zoals recentelijk bij de algemene beschouwingen, bijvoorbeeld in de vorm van een nationale farmaceut. Bij de overheid is immers onze gezondheid veel beter af, zo is de gedachte.

Wat we in het geval van Covid19 zien is volstrekt anders. De FDA verleende Emergency Use Authorizations (EUA) voor hydroxychloroquine (HCQ) en convalescente plasma (CP). Maar HCQ blijkt niet te werken en de 35% verlaging in mortaliteit die de hoogste baas van de FDA beloofde met CP is door elke serieuze wetenschapper onderuitgehaald. Politieke druk leidt ertoe dat het wetenschappelijke oordeel door de FDA even niet zo betrouwbaar meer is. Ook de Russische overheid keurde een vaccin goed zonder fase III data en met twijfelachtige fase II gegevens. Uit bezorgdheid hebben negen farmaceuten er in een open brief bij de regelgevers op aangedrongen robuuste oordelen te blijven vellen, uiteraard ook in hun eigen belang. Pfizer heeft haar studieprogramma zelfs uitgebreid met extra populaties waardoor het vaccin wellicht later beschikbaar komt. En in het kader van de gewenste transparantie hebben Pfizer, Moderna en Astra-Zeneca hun studieprotocollen gepubliceerd, weliswaar na aandringen en schoorvoetend, maar toch.

Overheden lijken eerder bezig met een “eigen land eerst” strategie dan met het verzekeren van brede wereldwijde toegang. Dat is vooral duidelijk in de VS waar de president niet schroomt om uit electorale overwegingen de premature beschikbaarheid van nieuwe behandelingen te claimen. Aan de andere kant siert het menig land dat er veel geïnvesteerd wordt samen met farmaceuten in de ontwikkeling en opschaling van productiecapaciteit door contracten voor levering te maken zonder garantie op succes. Dat creëert ook verplichtingen voor de bedrijven die nu de enorme kans hebben hun beschadigde blazoen op te poetsen door straks redelijke prijzen te vragen. Sommige ontwikkelaars hebben dat al aangekondigd.

Het lijkt er dus bijna op dat we voor de beschikbaarheid van werkzame en veilige coronavaccins eerder kunnen vertrouwen op de private dan op de publieke sector. Toch moeten we waken hier een publieke versus private controverse van te maken zoals sommigen doen. Alle partijen zijn van elkaar afhankelijk en hebben zo hun eigen belangen. Er zijn momenteel ongeveer 200 vaccins in ontwikkeling waarvan er al 36 in de klinische fase zijn. De eerste besmetting werd begin dit jaar vastgesteld maar de resultaten van fase III onderzoek van sommige vaccins zijn misschien al voor het eind van het jaar beschikbaar, een nog nooit vertoonde en ongekend snelle ontwikkeling. Dit was niet mogelijk geweest zonder bedrijf én overheid. Laten we deze publieke-private samenwerking vooral waarderen en stimuleren.

(209 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Hoe openbaar is geneesmiddelonderzoek?

Medicijnonderzoek niet openbaar”, kopte de NRC op 20 augustus, nota bene op de voorpagina. Daar gaan we weer, zo dacht ik als tamelijk sceptische volger van het meestal tendentieuze nieuws over de farmaceutische industrie, zeker in de NRC. Maar het stuk over het onderzoek van Health Action International (HAI) bleek vooral kritisch over de universiteiten: die verzaken de uitkomsten van hun onderzoeken te registreren. Ik was dus weer enigszins gerustgesteld, want die slechte registratiediscipline was bekend. Zelfs de bekende schrijver Ben Goldacre die over dit thema in zijn boek Bad Pharma flink tekeergaat tegen de industrie, geeft toe dat het nu vooral academia is die tekortschiet.
Maar toch, het artikel suggereert dat regelgevers bij een marktautorisatie nu geen volledig beeld zouden hebben over de risico’s en voordelen van nieuwe geneesmiddelen. En dat is echt niet waar. Ook maakt het artikel geen onderscheid tussen onderzoek gesponsord door bedrijven met nieuwe, nog niet verkrijgbare geneesmiddelen en onderzoek van universiteiten waarbij het vrijwel altijd gaat om reeds geregistreerde medicijnen.

Voor de duidelijkheid, er zijn diverse niveaus van transparantie in geneesmiddelonderzoek.
1. Het registreren van klinisch onderzoek voor aanvang. Dat kan op sites als clinicaltrials.gov in de VS en in de EU op een apart register. Ook de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) registreert studies waarbij Nederlandse sites betrokken zijn.
2. Het publiceren van de resultaten op die trialregisters. Dat is verplicht en daar gaat het artikel in de krant vooral over: het gebeurt onvoldoende vooral in studies waar universiteiten de formele sponsor/verrichter zijn.
3. De publicatie van de resultaten in een medisch tijdschrift. Dit is het sluitstuk van een academische studie. Bij farmaceuten is dat het clinical study report (CSR) met alle appendices. Deze CSR’s zijn grotendeels openbaar op de website van de EMA.
4. De rauwe data. De autoriteiten in bijvoorbeeld de VS, China en Japan krijgen die bij indiening van een registratiedossier van een nieuw geneesmiddel en kunnen desgewenst alle analyses overdoen om zich van de betrouwbaarheid van de uitkomsten te overtuigen.

Het feit dat universiteiten de resultaten niet in de trialregisters publiceren wil niet zeggen dat de uitkomsten van klinisch onderzoek niet altijd openbaar zijn. Bij de eerste willekeurige trial die ik aanklikte als niet gerapporteerd in het HAI onderzoek vond ik op Google binnen een seconde de referentie van de publicatie in een medisch tijdschrift.
Het Nederlandse HAL Allergy wordt nog genoemd in het NRC-artikel als braafste jongetje van de klas, maar dat is een wat voorbarige conclusie. Alleen vier farmabedrijven met een hoofdkantoor in Nederland werden geïncludeerd maar het internationale multicenter onderzoek met een of meer Nederlandse universiteiten niet. De kans dat de resultaten van dergelijke studies niet geregistreerd worden in de registers, lijkt me zeer klein. Dat doen die grote bedrijven zelf want die hebben daar hele afdelingen voor. Dat HAL Allergy hier zo uitspringt zegt dus vooral iets over het gebrek aan hoofdkantoren in ons land.

Selectief publiceren is fout, al het onderzoek moet gepubliceerd worden, dat zijn we verplicht aan patiënten. Geneesmiddelfabrikanten zijn daar in het verleden regelmatig in gebreke gebleven. Inmiddels is de situatie omgekeerd en zijn het vooral universitaire sponsors van geneesmiddelenstudies die simpelweg niet de discipline en capaciteit hebben om de resultaten te uploaden in de registers.

Wat gaat helpen is wanneer overheden boetes gaan uitdelen. In de VS kan een sponsor, universiteit of bedrijf, een boete van 1000 dollar per dag krijgen zolang de resultaten niet op clinicaltrials.gov staan. Misschien moeten we dat ook in Nederland doen. Dan is het gauw afgelopen.

(175 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Hoe moet je 100 dosissen eerlijk verdelen?

De demagogie van minister Bruins was deze week weer ongekend. Ik heb het over zijn brief en mediaoptreden, samen met ander Europese zorgministers over de voorgenomen “loting” van het geneesmiddel Zolgensma door Novartis. Wat is de situatie?

Continue reading

(201 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Het ongestraft promoten van vasten tegen kanker

Geneesmiddelen kunnen ernstige bijwerkingen hebben en daarom reguleert de overheid het gebruik daarvan streng. Terecht. Het publiek moet beschermd worden tegen middelen die meer schade aanrichten dan goed doen. Continue reading

(201 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment

Koester de generieke pillenindustrie!

Hoe ziek is de industrie, riep GroenLinks-kamerlid Corinne Ellemeet. Farmamaffia, zei Henk van Gerven en stelt vragen aan de minister. Ook de ziektekostenverzekeraars en de psychiaters meenden een duit in het zakje te moeten doen en we buitelden over elkaar in de media met hyperbole afkeuringen over vermaledijde cowboys die uit winstbejag over de ruggen van patienten de volksgezondheid in gevaar brengen. Continue reading

(142 keer gelezen)

Posted in Geen categorie | Leave a comment