Het is een van de grote ergernissen van farmaceutische bedrijven: het verbod op publieksreclame van receptgeneesmiddelen. Het mag alleen in de Verenigde Staten en Nieuw-Zeeland, maar in de rest van de wereld kan je alleen reclame voor pillen maken als die specifiek op artsen is gericht. Dat leidt tot merkwaardige excessen. Op medische congressen vind je veelvuldig stands van farmaceuten met wervende teksten van receptgeneesmiddelen, compleet met merknaam. Maar omdat daar vaak ook patiënten rondlopen, mogen die daar niet komen. Op menig congres in Nederland krijgen ze een label op hun congresbadge en suppoosten houden ze tegen in de tentoonstellingsruimtes. Op bedrijfswebsites zijn speciale portals voor dokters en het publiek. Behalve bij de Amerikaanse sites natuurlijk want daar is Direct-to-Consumer advertising toegestaan, dus die barriere is makkelijk te slechten door de nieuwsgierige patiënt. In publieke debatten over de waarde, kosten en prijzen van nieuwe geneesmiddelen geven managers van bedrijven geen thuis, uit angst om iets positiefs te zeggen over hun middelen en de Inspectie (de IGJ) over hen heen te krijgen. Dat argument komt ze vaak ook goed uit trouwens om daarmee pijnlijke discussies te vermijden. Hele afdelingen bestaan er in de farmaceutische industrie om compliance aan dit soort wetgeving te waarborgen.
De ergernissen van de sector over dat publieksverbod wordt ook gevoed door de observatie dat artsen, kranten, sociale media, influencers enz. volledig hun gang lijken te mogen gaan met de meest onzinnige claims over medicijnen. Nooit zal de IGJ ingrijpen. Dat doen ze wel bij de farmaceuten waardoor daar sterk de indruk bestaat dat er met twee maten gemeten wordt.
Tot voor kort dan. De afslankmiddelen, of misschien beter obesitasmedicatie (de GLP-1 agonisten, wel te verstaan), worden wel heel erg de hemel in geprezen door de media. En niet ten onrechte, ze werken buitengewoon goed en in toenemende mate blijken ze ook andere positieve effecten te hebben. Discussies over hun nut en bijwerkingen zullen binnen enkele jaren tot het verleden behoren als deze middelen generiek zijn en dus goedkoop. Maar ja, de geneesmiddelenwet is er ook nog en die geldt voor iedereen. Die wet is duidelijk overtreden, wat de kranten ook beweren. Als een farmaceut de claims had gemaakt waarmee de kranten kopten, hadden ze zonder meer een grote boete gekregen. Die doen dat dus niet. Maar de media hebben op deze hardhandige wijze nu door dat die wet er is, dat heeft de IGJ in ieder geval wel bereikt.
Deze wet is bedoeld om patienten te beschermen en had misschien een relevante functie in het tijdperk voor internet. Maar inmiddels heeft iedereen toegang tot alle (des)informatie via alle landen en mediaoutlets. De Geneesmiddelenwet in het Koninkrijk der Nederlanden gaat de Nederlandse patient niet beschermen met haar volledig achterhaalde wetgeving om claims over de positieve werkzaamheid van receptgeneesmiddelen te verbieden. In tegenstelling tot andere produkten waar reclame voor wordt gemaakt, kan een consument merkgeneesmiddelen niet zelf kopen want ze dienen voorgeschreven te worden door een arts. Die kunnen dat gewoon weigeren als er gevaren aan zijn verbonden, daarmee is de publieke gezondheid meer gediend dan een reclameverbod.
De discussie moet nu dus vooral door de politiek worden gevoerd. Zij moeten initiatieven nemen om die wet aan te passen. Daarnaast zou het de IGJ sieren om andere prioriteiten te stellen in haar wettelijke taak het publiek te beschermen. Handhaving van de wet op publieksreclame kan onderaan de lijst. Ik kan wel wat relevantere issues in de zorg noemen waar de publieke gezondheid meer risico loopt…
(281 keer gelezen)